Pompoenen

Iedereen kent Pompoenen wel als een decoratiestuk. Maar ze zijn toch ook echt eetbaar. Denk maar eens aan Pompoenensoep. Pompoenen kunnen ook gemakkelijk geroosterd, gebakken en gefrituurd worden. Net als bij courgettes zijn ook de bloemen eetbaar. Ze zijn zeer geschikt om te vullen. Ook de pompoenpitten zijn een echte delicatesse, ze worden geroosterd over de salades gegeten. Een echte aanrader.

Pompoenen zijn zowel in sier- als in eetbare rassen te verkrijgen en in allerlei vormen en kleuren.

Vanaf half april worden de zaden voor gezaaid in perspotjes. Wanneer de zaailingen 2 tot 3 echte bladeren hebben, mogen ze uitgeplant worden, mits het na 12 mei is (IJsheiligen) Dit zijn de vroege pompoenen. De late pompoenen zaaien we half mei in wanneer de grond al goed is opgewarmd . Na de kieming heeft de zaailing uiteraard water nodig om zich te ontwikkelen.

Pompoenzaailingen groeien snel en maken ook snel een relatief groot blad. Pompoenen houden van een warme en beschutte plaats.

In september of oktober kunnen de pompoenen geoogst worden. Pompoenen kunnen niet tegen nachtvorst en moeten dan ook voor die tijd geoogst zijn en vorstvrij liggen. Wanneer de steel rimpelig wordt, droge groeven of barstjes krijgt dan is de pompoen rijp. Ook moet de pompoen keihard aanvoelen en hol klinken als je er op klopt. Sommige soorten verkleuren ook bij het rijpen.

Rijpe, onbeschadigde pompoenen zijn goed te bewaren. Laat ze eerst goed drogen op een luchtige plaats. Na 2 tot 3 weken drogen worden ze in een droge ruimte bewaard, met een ideale temperatuur tussen de 8 en 12 graden. Een goede bewaarpompoen kan tot in het voorjaar goed blijven.